Auteur: Redactie

Via een van onze leden ontvingen we een deel van een Spin-Span, het personeelsblad van de fa. Spanjaard. Hierin stond een artikeltje over een ontploffing die in 1966 plaatsvond in de Ververij van de fabriek.
Op dinsdag 22 augustus ca. half negen ’s morgens werd iedereen in ons bedrijf en in de onmiddellijke omgeving opgeschrikt door een enorme knal. De ruiten schudden in hun voegen en de knal herinnerde ons aan een bominslag. Reeds spoedig was het bekend, dat er in de ververij een explosie had plaatsgevonden, dat drie van onze collega’s ernstig waren gewond en dat een gedeelte van de ververij vernield was. Toch had iedereen alleen maar oog voor de gewonden. De metselaars J. W. Volmer en H. H. Lansink waren op de zolder boven de uit elkaar gesprongen ammoniak-ketel een vloer aan het leggen, terwijl monteur S. Koster bezig was werkzaamheden aan de bewuste ammoniakketel te verrichten. De toestand van Volmer en Koster was zeer kritiek, terwijl van Lansink een iets gunstiger diagnose gesteld kon worden. De plaatselijke doctoren waren spoedig aanwezig om de eerste hulp te bieden. De kapelaan en de dominee verleenden bijstand. Per Roode Kruis auto werden de drie getroffenen naar het R.K. Ziekenhuis te Hengelo vervoerd. De familieleden werden ingelicht en op de meest snelle wijze naar het ziekenhuis gebracht. Regelmatig werd vanuit het bedrijf contact opgenomen met het ziekenhuis.

Na de verzorging der gewonden ging men zich pas goed op de hoogte stellen van de ravage, welke de explosie in de ververij had aangericht. Van de beide foto’s krijgt U een beeld, hoe het erin de directe omgeving van de explosie uitzag. Maar de gehele ververij gaf een chaotisch aanzien. Het uit glas bestaande dalgedeelte was gesprongen en overal lagen glasscherven verspreid. Het is een wonder dat slechts enkele werkers door de glassplinters alleen maar zeer lichte beschadigingen opliepen. De meeste van hen hadden door een natuurlijke reactie gedreven dekking gezocht achter of, onder de met doek geladen wagens. De dag na de explosie was de vraag naar de toestand der gewonden nog steeds zo enorm groot, dat men er toe overging bulletins uit te geven. ‘Dagelijks werd men op de hoogte gehouden, hoe de toestand zich bij de gewonden ontwikkelde. Gelukkig werden de berichten steeds gunstiger, al verloopt het herstel uiterst langzaam. Na een week was de toestand dermate, dat de bulletins met ruimere tussenpozen konden verschijnen.
Uit naam van allen hopen Wij, dat Koster, Volmer en Lansink dezelfde voorspoedige weg naar volledig herstel mogen volgen en dat zij de kracht zullen vinden om deze weg steeds sneller af te leggen.
(–> naar PDF-versie van deze publicatie)
(–> naar Inhoudsopgave 2024-03)
(–> naar Boorn & Boerschop pagina)