Boorn & Boerschop 2024-03: 50 jaar geleden in Borne (5), De sloop van het oude NS station

geplaatst in: Boorn & Boerschop, Publicatie | 0

Auteur: Bertie Velthuis

Afb. 01:

De in Almelo wonende Drs. L.A. Versteege breekt in het artikel een lans voor het behoud van het merkwaardige stationsgebouw te Borne. Hij stelt dat het station prachtig aansluit bij het Spanjaardcomplex. Hij stelt dat de spoorwegen in de historische ontwikkelingen van Spanjaard en de Twentse industrie in het algemeen, zeker van niet te onderschatten belang zijn geweest en in dit gebouw kunnen zij waardig vertegenwoordigd blijven. Hem is kennelijk bekend dat in het personeelsblad van de NS, “de Koppeling” van 7 februari 1975 een bericht staat dat het gebouw ernstig met sloop wordt bedreigd. Hij vertelt dat toen vorig jaar (1974) een aantal NS stations op de monumentenlijst werd geplaatst bleek, dat er niet één Twents station opgenomen was. Hoewel, volgens de heer Versteege er enige zijn die dat, historisch gezien, verdienen. Hij onderbouwt zijn stelling nog met de volgende argumenten: Het Bornse station was, anders dan de stations van Schüttorf en Salzbergen, die kennelijk ontworpen zijn door eenzelfde (Duitse?) architect, in tegenstelling tot de genoemde Duitse stations, die een sombere, bruinrode kleur behouden hadden, na enkele jaren opgevrolijkt is in een lichte kleur en van veel bloembakken, tot dienstvoorschriften hier een einde aan maakten, is voorzien. (De stations in Schüttorf en Salzbergen zijn volgens hem enkele jaren geleden afgebroken) Hij vindt verder dat de aangebouwde overdekte goederenloods met overdekt perron een royale aanblik geeft. Het geheel is volgens hem een unicum in Nederland. Daarnaast wijst hij er op dat het gebouw enkele jaren geleden nog gerestaureerd en opgeknapt is. Het zou voor de N.S zeker mogelijk moeten zijn er, in of buiten N.S. verband, een passende bestemming voor te vinden. De heer Versteege roept op tot het nemen van initiatieven voor het behoud van het N.S. Station voor het te laat is. Hij wijst er op dat het in Lunteren, doordat de bevolking de handen krachtig ineensloeg, gelukt is het stationsgebouw te behouden.

Het N.S. station

Het station werd gebouwd gedurende de jaren 1864-1965 als onderdeel van de spoorlijn Almelo-Borne-Hengelo-Oldenzaal-Gildehaus-Bentheim-Schüttorf-Salzbergen. Voor de bouw van deze spoorlijn werd in 1861 bij Koninklijk besluit een concessie verleend aan de Gebr. Dull te Almelo, die deze concessie overdroegen NV Spoorweg Maatschappij Almelo-Salzbergen. Met daarin o.a. de heren H.P.Gelderman, C.T. Stork en C.W. Eekhout, allen te Oldenzaal, die dit mede deden namens o.a. G. Salomonson (textiel te Almelo), J. E. Stork (metaal te Hengelo) en J. S. Spanjaard (textiel te Borne). Belangrijkste reden voor de bouw was de aanvoer van steenkolen vanuit de steenkoolbekkens in Duitsland naar de in Twente opkomende industrie. Natuurlijk werd er ook aan de andere kant van de grens op vergelijkbare wijze gewerkt aan de voorbereidingen voor deze spoorlijn, immers alleen dan was het realiseren ervan een zinvolle zaak. De bouwwerkzaamheden aan de spoorlijn werden op de dag na Pinkteren van 1863 in Oldenzaal begonnen. Bewoners en harmonie vertrokken vanaf de markt naar de Koppelboer voor de eerste graafwerkzaamheden. De dames van Oldenzaal mochten de eerste kruiwagens met zand wegkruien.

De spoorlijn werd op 2 oktober 1865 feestelijk geopend. Natuurlijk zaten alleen bobo’s in de eerste trein. Die vertrok om 10.20 uur vanuit Salzbergen naar Hengelo. En van hieruit om 11.30 uur naar Almelo. De toeschouwers in Borne moeten dit vanaf een nog niet geheel voltooid station hebben gadegeslagen. De eerste voor gewone passagiers beschikbare trein reed op 16 oktober 1865.

Pogingen het oude station te behouden

Wanneer ik thans aan de wat oudere burgers van Borne vraag hoe ze denken over de sloop van het oude stationsgebouw krijg ik consequent te horen dat dit nooit had moeten gebeuren. Een ieder vond het een prachtig dorpsstation. Ik ben het hier geheel mee eens. Zeker in samenhang met het vrijstaande toiletgebouwtje en de overkapping met perron van de goederenloods was het een mooie compositie, “een plaatje”. Ik kan geen betere omschrijving van de esthetische kwaliteit van het station te Borne geven dan hierboven (zie hoofdstuk 1) door de heer Versteege is gedaan.

Tevens is men van mening dat er vanuit de bevolking goede pogingen zijn gedaan om de sloop te voorkomen. In de Canon van Borne staat zelfs dat ”ondanks hevig protest vanuit de bevolking van Borne het oude station is vervangen door een standaard haltegebouwtje.” In een ander regionaal blad (er is niet bekend welk blad) staat: “De discussies over het wel of niet afbreken van het station in Borne, heeft niet kunnen voorkomen dat het Bornse bouwwerk toch tegen de vlakte ging.” En wanneer een journalist bij het bijna geheel gesloopte station staat, schrijft hij: “het oude gebouw, voor behoud waarvan nog maar kort geleden een felle strijd werd gestreden door de Bornse bevolking”. Ik werd opmerkzaam gemaakt op een werkstukje dat in 1975 in de 4de klas van de Jan Ligthartschool in opdracht van de jonge onderwijzer Frans Edelijn over Borne werd gemaakt. Gea Huls (mevr. G. Nijhof-Huls), toen 10 jaar oud zat in die klas. In de inleiding van haar werkstukje schrijft ze dat ze een paar onderwerpen heeft gekozen, in de eerste plaats Spanjaard, ten tweede het station en de wegen en op de derde plaats het gemeentehuis. In het werstukje zelf schrijft ze dat het station zou worden afgebroken en aan de kant van het spoor zou een nieuw station gebouwd worden, maar de bevolking was er tegen en nu is het uitgesteld. Bij het werkstukje is een krantenartikel van 8 april 1975 gevoegd met als kop “station Borne blijft zeker nog tot 1 juni gehandhaafd”.

Afb. 02:

Er wordt op gewezen dat de sloop “zeker niet zonder slag of stoot zou gaan.” De spoorwegen besloten tot verder uitstel van de sloop tot 1 juni, mede op aandringen van het ministerie van Verkeer en Waterstaat, om verder overleg in rust en vrede mogelijk te maken met de voorstanders van behoud van het station. Voor het eventueel bouwen van het station aan de andere kant van het spoor, heb ik geen verdere aanwijzingen gevonden. Het werkstukje is voor mij een bewijs dat de voorgenomen sloop (en nieuwbouw) van het station in Borne een belangrijk onderwerp van gesprek was, zelf bij een 10-jarig kind. Protest is er geweest van de leerlingen van de ULO Maris Stella. Deze school maakte er zelfs een project van. Leerlingen gingen met lijsten, waarop een handtekening kon worden gezet voor het behoud van het station, door het dorp. Zeer zeker zal er door hen een petitie voor het behoud van het station aan het gemeentebestuur zijn aangeboden. Het gemeentebestuur heeft overleg gevoerd met de NS. Deze wilde echter het oude station toch slopen. Als argumenten gaven ze de hoge onderhoudskosten van het oude gebouw, de gewijzigde functie en het feit dat het gebouw geen monument was. Overigens: het gemeentebestuur was geheel afhankelijk van “de goede wil” van de NS. Wanneer een bouwplan namelijk aan het bestemmingsplan voldoet en wanneer het geen gemeentelijke- of rijksbescherming geniet, moet een bouwvergunning voor een vervangende nieuwbouw gegeven worden.
De Bornse Courant meldt op 22 mei dat er in de nacht van zaterdag op zondag bij het station vernielingen hebben plaats gevonden. Bovendien had men stenen op de rails gelegd. Gelukkig ontdekte de machinist van de eerste trein ’s morgens de stenen bijtijds, zodat erger kon worden voorkomen. Verder werd aan het gebeuren geen aandacht bestede. Het werd kennelijk beschouwd als vandalisme van in het weekend uitgaande jongeren. Het bericht is toch opmerkelijk, noch voordien, noch nadien zag ik een soortgelijk bericht omtrent vernielingen bij het NS station.

N.S. medewerkers en bewoners van het station

Wanneer, bij het reeds volledig gesloopte station aan het personeel wordt gevraagd hoe zij tegen de nieuwbouw aankijken, vertellen ze eerst over het gegeven dat ze het jammer vinden dat ook de kelders verdwijnen. Daar konden de vrouwen van de stationschefs in de loop van de jaren namelijk hun inmaak bewaren. Boven het feitelijke station op de begane grond bevond zich een woning. Hier woonde de stationschef met zijn gezin. De oud stationschef J. J. de Jong vult aan dat er ook voldoende wijnen konden worden opgeslagen indien men dat wilde. Lucie Verzandvoort, dochter van een stationschef, woonde in de oorlogsjaren en jaren daarna in de woning boven het station, vertelde later dat er, wanneer jonggeliefden aan de achterzijde van het station afscheid namen, het wel eens wat “spannend” werd. Ze had namelijk ramen juist boven dit gebeuren. Het personeel had geen heimwee naar het oude gebouw. Integendeel. Op de plaats van het toiletgebouwtje komt een parkje met zitbanken, die door de NS worden geplaatst en door de gemeente zullen worden onderhouden. Enthousiast vertellen ze ook dat de entree bijzonder wordt. NS medewerker Dieks verheugt zich er over dat hij straks in een modern en licht gebouw zijn dienst aan het publiek kan verrichten. Hij is er van overtuigd dat de treinreizigers er straks evenzeer mee ingenomen zijn. Met de sloop van het 110 jarige station is waarschijnlijk begin juli bij het toiletgebouw begonnen. De sloop van het stationsgebouw zelf is waarschijnlijk op 28 juli ter hand genomen. De uitvoerder van het werk is de fa. Gebr. Holtkamp te Bornerbroek.

De bouwvergunning nieuw station

Afb. 03:

De aanvraag voor een bouwvergunning voor een nieuw station van de Exploitatie Midden N.V. Nederlandse Spoorwegen kwam op 15 april 1975 binnen. Het gaat om een “standaard” station, type Beilen, genoemd naar de plaats waar dit type in 1970 voor het eerst werd opgericht. In Borne werd een eenvoudigere variant gebouwd. Het is ontwerp van architect Cees Douma. Hij ontwierp 27 stationsgebouwen, waarvan er nog 18 bestaan. De eerste planologische beoordeling leerde dat het plan aan het bestemmingsplan voldeed. Het plan kon aan de Welstandscommissie worden voorgelegd.

Deze geeft het volgende advies: De commissie kan niet nalaten haar teleurstelling omtrent het verdwijnen van het oude stationsgebouw kenbaar te maken. Hoewel het uit de vorige eeuw stammende gebouw geen bijzondere architectonische kwaliteiten bezat, vormt het met zijn karakteristieke elementen toch een waardevolle bouwvorm en is het als zodanig moeilijk te missen aan dit plein. Wellicht is het nog te overwegen het oude toiletgebouwtje te handhaven hetgeen door de ruime afstand tot het geprojecteerde stationsgebouw vanuit welstandsoverwegingen wel acceptabel zou kunnen zijn. Het stationsgebouw volgens het ontwerp heeft weinig pretentie en is mede daardoor aanvaardbaar. Bezwaar moet de commissie echter maken tegen de rijwielstallingen die op deze wijze een nare oplossing vormen in dit complex. Met enige studie is hiervoor een duidelijk beter resultaat denkbaar. Voor een definitieve beoordeling wacht de commissie een terreinvoorstel af.

Het gemeentebestuur geeft op 17 juni 1975 een bouwvergunning af voor het oprichten van het stationsgebouw als ook voor een tijdelijke verkoopruimte. De gemeente Borne verzoekt de N.S. om de toiletten in het stationsgebouw zodanig in te richten dat deze kunnen worden gebruikt door invaliden. De N.S. reageert hierop dat met de centrale verenigingen die de belangen van de invaliden behartigen is afgesproken dat dat getracht zal worden om de intercitystations te voorzien van invaliden toiletten. Het station in Borne is geen intercitystation; er zal derhalve niet worden voorzien van invalidentoiletten. De vergunning voor de rijwielstalling wordt dan niet verleend. (zie advies Welstandscommissie).Eerst diende er een plan voor aankleding van het terrein (groenplan) te worden opgesteld. Dit plan is aanvullend binnengekomen en later akkoord bevonden. Voor de rijwielstalling wordt pas op 23 september een bouwvergunning afgegeven. Twee vergunningen op basis van een aanvraag; een bijzondere gang van zaken.

Geest des tijds

Ik ben er van overtuigd dat wanneer NS enkele jaren later zou hebben besloten het station te slopen, dit niet meer gebeurd zou zijn. Wellicht zou de NS zelfs niet meer met het plan zijn gekomen. Rond het jaar 1975 verandert het “sentiment” t.a.v. “oude gebouwen” namelijk sterk. De gedachte van na de oorlog “Oud weg er mee, mee in de vaart der volkeren” verandert langzaam in “Dat oude is toch ook wel mooi, geen toekomst zonder verleden.” Natuurlijk werd er nog wel gesloopt, ook in Borne, maar veel minder. Voorbeelden van deze sloop zijn de Jacobusschool, de schuur van Knuif en later de boerderij Weleman. Maar behouden overheerst duidelijk. Hierbij denk ik aan het nieuwe “centrumplan” en het plan ”Oud Borne”, die in plaats komen van het oude “Komplan”. Het “Komplan” waarin voorwaarden geschapen waren voor rigoureus slopen. Dit is in de beide nieuwe plannen in het geheel niet meer het geval. Nadruk ligt op behouden en restaureren. Er komt een ware restauratiegolf op gang. Hierbij denk ik aan ‘Het Meezenhuus, het Tusveldhuus, de oude smederij, het oude Schip, het Spanjaardshuis, het Siemerinkhuis enz.. Hiervoor werd veel subsidie beschikbaar gesteld en de panden werden aangemerkt als monument. Heel Oud Borne wordt vervolgens aangemerkt als beschermd dorpsgezicht.

Afb. 04: Maquette van het oude station. Deze staat op de zolder van de woning van Ge Nijkamp. De maquette zou gebruikt worden bij het bouwen van een carnavalswagen. Dit is uiteindelijk niet gebeurd. Naam carnavalsvereniging en jaar niet bekend. Had dit te maken met de sloop van het station?

(–> naar PDF-versie van deze publicatie)

(–> naar Inhoudsopgave 2024-03)

(–> naar Boorn & Boerschop pagina)