Boorn & Boerschop 2024-01: JOSEPHINE, Zuster van liefde, 70 jaar dienstbaar in Borne.

geplaatst in: Boorn & Boerschop, Publicatie | 0

Auteur: Henk Kraaijenbrink

Afb. 01:

De jonge jaren in crisis en oorlogstijd

Josephine werd in 1930, als tweede en tweeling samen met haar zuster Aloysa in het gezin, in Den Helder geboren. Later komt er nog een tweeling en daarna nog drie eenlingen. Dat was midden in een grote werkeloosheidscrisis nadat de beurskrach van 1929 in Amerika de hele wereld jaren in de problemen stortte. Iedereen leed eronder maar als jong kind ging dat grotendeels aan haar voorbij.

Afb. 02: Josephine (r) met tweeling zus Aloysa (l) in traditionele nonnenkleding (1954)

Dat werd anders toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak en je woning in een plaats staat met een Duitse marinehaven, marinewerf en het militaire vliegveld ‘De Kooy’. Den Helder werd vaak doelwit van geallieerde bombardementen.
Het gezin moest in 1940 evacueren. Dikke rijen mensen stonden op het perron te wachten op vervoer. Dat ging per trein, in een goederenwagon met banken. De Duitsers hadden de personenwagons waarschijnlijk geconfisqueerd voor eigen volk. Een angstig avontuur. Eerst ging het gezin naar Haarlem als tussenstop. Bij twee tantes van Josephine, die daar woonden, kon het gezin van 10 mensen overnachten voordat zij verder gingen, zuidwaarts, naar familie in Schijndel in Noord-Brabant. Per slot was, zo vlak achter de duinen en kort bij de Duitse Atlantikwall(1) het in Haarlem evenmin erg veilig. Dus werd Schijndel de definitieve vluchthaven.
De beide tweelingen, werden in een klein internaat van een zusterklooster gehuisvest. Een eerste kennismaking die haar leven verder zou beïnvloeden. Daar ging Josephine ook, tot en met de zomervakantie in 1944, naar het lager-onderwijs(2) en daarna naar de Mulo(3).

Op de vlucht

In de oorlogsjaren ging de familie in vakantietijd terug naar Den Helder, omdat hun Brabantse verblijf tijdelijke gesloten was. Men verbleef dan bij vrienden en kennissen die Den Helder niet hadden hoeven verlaten. Hun eigen huis was door de Duitse marine gevorderd, omdat het aan de haven lag.
In juni 1944 ging de familie, weer in vakantietijd, naar Den Helder. Geen gemakkelijke reis die zomer van 1944, dwars door bezet Nederland van Schijndel naar Den Helder. Aangekomen in Den Helder maakte ze opnieuw heftige bombardementen mee.
“Den Helder is de meest gebombardeerde stad van Nederland. Veel Nederlanders zijn daar niet mee bekend. Nog steeds, bij onweer, komen de angsten van de bombardementen in de oorlog bij mij weer naar boven”, aldus Josephine. Ze hoopte in september ’44 de studie aan de MULO in Schijndel weer op te kunnen pakken.
Maar het liep anders. Iedereen hoopte en geloofde op een snelle bevrijding van Nederland door de snel, vanuit het zuiden, oprukkende bevrijders. Niet fijn was, dat de terugweg naar Schijndel onmogelijk was geworden, doordat de geallieerden Noord-Brabant inmiddels hadden bevrijd door de operatie Market Garden die bij Arnhem strandde.
Een bijzondere dag was ‘Dolle Dinsdag’ (5 sept. 1944). Die dag gingen overal in Nederland geruchten rond dat de geallieerden in aantocht waren en sloegen de NSB-ers(4) op de vlucht.

Half september kwam er bevel van de Duitse Wehrmacht dat alle nog aanwezige bewoners binnen 24 uur Den Helder moesten verlaten. De treinen liepen niet meer. Gelukkig kreeg de familie een groentewagen te leen van een oom die groenteboer was. Zijn paardje was door de Duitsers gevorderd. Het gezin van Amersfoort, met wat vrienden (n.b. onderduikers) en familie, mochten de kar gebruiken voor het vervoer van kleding, wat beddengoed en andere noodzakelijke spullen. Vijftien personen in totaal trokken en duwden de kar. Het ging richting Wieringermeerpolder. De Wieringermeerpolder was in 1930, door bemaling, drooggevallen. In 1934, tien jaar voor de vlucht, was de bewoning door de boeren begonnen.
Na een lange dag reizen per benenwagen werd een boerderij bereikt, waar misschien onderdak te vinden was. De hele familie werd er gastvrij ontvangen. Er werd plaats gemaakt voor iedereen en een grote pan met eten werd klaargemaakt. Maar met zijn allen daar blijven was geen blijvende oplossing. De familie werd verdeeld onder andere gastvrije mensen in de buurt.
De wintermaanden werden, gescheiden, in betrekkelijke rust doorgebracht. Het was wel de ‘Hongerwinter’. Het ‘bijeenrapen’ van voedsel was, voor zoveel monden, ook in de Wieringermeerpolder een voortdurend probleem. De gaarkeuken e.d. was één van de oplossingen.
Begin maart 1945 werd een lege boerderij aangeboden om te bewonen. De bewoners waren verdwenen. Ondergedoken omdat zij zelf onderduikers hadden gehad en gezocht werden. De familie van Amersfoort met aanhang was weer verenigd in deze boerderij. Het bleek een goede oplossing.
Maar lang duurde dat niet.

Het water komt!

Op 17 april 1945 bliezen de Duitsers de dijk van de Wieringermeer op en liep de nieuwe polder snel onder water. De boerenknecht waarschuwde de familie. Gebons op de deur ’s morgens om 6 uur en de roep ‘Wegwezen, om 10 uur staat het water hier. De Duitsers hebben de dijk opgeblazen”. Opnieuw was het wegwezen! De belangrijkste zaken werden ingepakt en waardevolle zaken naar boven gebracht, en toen op weg naar een droge plek. De gebruikte groentekar kwam opnieuw goed van pas. Het werd richting Wieringerwaard, de dichtstbijzijnde droge, veilige plek.
De Wieringerwaard een kleine oude polder ten zuidwesten van het voormalige eiland Wieringen. Mensen, die aan de noordkant van de Wierigermeerpolder woonden, zochten daar hun heil. De burgemeester van de gemeente stond klaar om de vluchtelingen op te vangen en stuurde ze door naar een boerderij. “Ik heb al vrijwillig evacués“, hoorden de vluchtelingen van de boer naar wie de familie was doorverwezen. Maar toch verplichtte de burgemeester hem. Zo kreeg men onderdak. Later werden de familieleden weer over meerdere families verdeeld. Josephine en haar tweelingzus Aloysa werden bij een ouder echtpaar ondergebracht.
En hoewel de familie in het boerenland woonde was het geen vetpot. Ook daar leefde men van de gaarkeuken, waar men elke dag zijn portie eten kon halen.
Wat wel mooi was dat in die spannende tijd Josephine en haar zus Aloysa bij elkaar konden en mochten blijven. Dat gaf een veilig gevoel. Josephine is daar nog altijd dankbaar voor. Gelukkig kwam kort daarna de bevrijding en kon de familie, eindelijk terug naar huis, lopend naar Den Helder. Eindelijk thuis.

Opleidingen

In 1946 ging Josephine, een jaar later dan gehoopt, terug naar Schijndel. Nu als leerling voor de examenklas MULO op het internaat waar ze ook klas 1 en 2 volgde(5). Het 3de jaar kon ze vanwege het bevrijdingsjaar 1945 met alle problemen van die tijd niet volgen(6). Na de MULO-jaren volgen de Kweekschooljaren, ook in Schijndel, die geleid werd door de congregatie van de Zusters van Liefde, die daar gevestigd was.

Op de kweekschool bekwaamde ze zich, naast haar kweekschooldiploma voor onderwijzeres, ook in lessen in gymnastiek en handwerken. Ze behaalde er de nodige bevoegdheden voor. In 1950 behaalt ze haar diploma. Op de ‘kweek’ maakte ze ook kennis met meiden uit Borne. Daar de R.K. kweekschool Edith Stein(7) in Hengelo nog niet bestond werd de kweekschool in Schijndel vanuit Borne bezocht. Op die kweekschool zaten veel meisjes uit Borne, te weten: Riet Hassels-Mönning; Ria Morsink; Wil Wegter; Ans Nijhof; Marian Kotteman; Lenie Weghorst, Gerda Vaalt alsook Agnes Sanders en Ine Simonetti. Uit Bornerbroek nog Marietje Kenkhuis en Annie Wilmink.

Aan het werk

Na afronding van haar studie aan de kweekschool solliciteert Josephine bij het R.K. onderwijs in Wieringermeer en in Breezand. Het werd Breezand. Dat was de vader van Josephine naar de zin, dicht bij huis! Hij vond ,dat zij ook de hoofdakte moest halen. Een vooruitziende vader die bedacht was op een mogelijke carrière voor zijn dochter. Ook al was Josephine al meerderjarig(8) toch bleef het adagio: ‘Vaders wil is wet’. Ze moet er nu wel en beetje om glimlachen.
In Breezand werd ze ‘de juf’ op een school met verder allemaal mannen als onderwijzer. Josephine reed elke dag van huis in Den Helder naar school. Op een Berini die ze van haar ouders kreeg. ’Het eitje’ heette deze bromfiets in de volksmond omdat de benzinetank net een groot ei was. Dus werd het bij haar leerlingen: “Daar komt onze juf op de puf”.

Zo direct na de oorlog was het armoede troef, ook op school. De jongens en meisjes moesten er met zijn drieën in de bank zitten. De eerste klas had maar liefst 60 leerlingen. De geboortegolf van direct na WO II had het lager onderwijs bereikt. Allerlei maatschappelijke thema’s, waar de basisschool nu mee wordt opgezadeld, kwamen niet aan de orde. Het was vooral lezen, rekenen en schrijven. En ook godsdienstlessen waarmee elke lesdag begon!
Hoewel in die tijd aparte lagere scholen(9) voor jongens en meisje in Rooms-katholiek Nederland gebruikelijk waren, was er in Breezand al een gemengde school. Breezand was te klein om er een aparte jongens- en meisjesschool op na te houden. Nood breekt wet.
Wat ook bijzonder was, dat er in Breezand, toen al, geen les gegeven werd op zaterdagochtend, dat gebruikelijk was in heel Nederland. Pas in 1964 werd dit afgeschaft en werd ‘de vrije zaterdag’ ingevoerd.
Haar baan in Breezand combineerde ze met haar studie voor de ‘hoofdakte’(10) Daarvoor moest ze elke zaterdag, 2 jaar lang, naar de kweekschool van de Zusters Ursulinen in Bergen (N.H.). Het kwam dus goed uit dat zaterdagochtend in Breezand geen les gegeven werd. Voor Josephine was het hard werken en ’s avonds door de week “blokken” voor de hoofdakte. Ergens wonderlijk, vindt ze, dat ze ervoor slaagde. Desalniettemin deed ze ook aan sport. Ze was lid van de handbalclub en vond het heerlijk te spelen in competitieverband.

Roeping

Josephine besloot op 23-jarige leeftijd voor het religieuze leven te kiezen. Ze koos voor de Congregatie van de Zusters van Liefde in Schijndel, die Josephine al kende toen zij als evacué in Schijndel verbleef. Een actieve congregatie op het gebied van onderwijs en zorg.

Ze begon in februari 1953 als postulant met 7 andere jonge vrouwen. Na een half jaar volgde het noviciaat. Een periode van één jaar, waarna van twee kanten het besluit genomen werd of je geschikt was voor het kloosterleven. Zo ja, dan verbond je je voor een periode van drie jaar aan de congregatie door geloften af te leggen. De gelofte van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid.
Dat gebeurde in augustus 1954.

In naam van de gehoorzaamheid werd ze toen uitgezonden naar Borne om daar in het onderwijs te gaan werken. Dat was al in 1892 gestart.

“2023 is”, aldus Josephine, “voor mij een jubileumjaar. Ik ben dan 70 jaar geleden ingetreden. Met 7 andere jonge vrouwen. Van de 8 met wie ze toen begonnen is, zijn er nog 2 in leven.”

Die zeven andere zusters, met wie ze het traject in Schijndel is begonnen, werden na de toelating door de congregatie, naar diverse missieposten in andere landen uitgezonden. Zoals de Filippijnen, Indonesië, Chili, Curaçao en Zambia.

Afb. 03: Josephine voor haar woning in Hertme, de voormalige pastorie

De veranderende habijtmode

De zusters hadden bij de intreding in de congregatie nog de oorspronkelijke kleding die vanaf de oprichting van de congregatie (1832) gebruikelijk was. Dit habijt was een zwart gewaad tot over de enkels en een zwarte sluier. Daaronder een grote huifkap. Het naar links en rechts kijken werd daardoor bemoeilijkt. Het had wel een symbolische religieuze betekenis. De blik moest naar voren, naar Christus en het werk, gericht zijn. Je mocht, bij wijze van spreken, niet afgeleid worden wat er verder gebeurde.
De maatschappij veranderde en de congregatie vond dat de afstand van de Zusters van Liefde te ver begon af te staan van de maatschappij. Ook de verminderde aanmelding van novicen speelde mee.
Steeds meer nonnen gingen op gewone scholen i.p.v. op eigen internaten werken. En om op je werk te komen moest je het verkeer in. Dan is zo’n blik, alleen vooruit, niet bevorderlijk voor je veiligheid.
Al deze redenen maakte dat de habijtmode in 1956 werd aangepast. De rok werd korter en het hoofdhaar mocht iets gezien worden. De huif werd kleiner en wat later afgeschaft. Eigenlijk was het zo dat de gesloten kloostercultuur op de schop ging en de blik van de congregatie naar buiten werd gericht. De rozenkrans, vast onderdeel vanaf het begin, verdween, het borstkruis even nog niet.
Na het tweede Vaticaans concilie van 1962 t/m 1965 ging de verandering door. In 1966 werd een nieuw habijt gepresenteerd. De Volkskrant van 18 maart schreef: “Nu zal de kleding nog gemakkelijker zijn, zodat de hinderlijke afstand kleiner wordt tussen kloosterzuster en leek.” Toen ging het snel. Al in 1967 mochten de zusters kiezen tussen habijt en lekenkleding. Niet iedere non was er blij mee. Josephine wel. Ze heeft alle veranderingen meegemaakt.

Bestemming Borne

Josephine ging gehoorzaam naar Borne, dat voor haar gekozen werd. Gehoorzaam, want de congregatie bepaalde waar je nodig werd geacht. Zo begon ze in 1954, 70 jaar geleden, les te geven aan de St. Johannesschool. Een school voor meisjes.

Eigenlijk is al het R.K. meisjesonderwijs in Borne opgebouwd door de Zusters van Liefde, vaak de congregatie ‘Zusters van Schijndel’ genoemd. Niet alleen het lager onderwijs maar ook kleuterschool(11), de MULO en het huishoudonderwijs(12) (de huishoudschool: ”Sancta Maria”). Je zou het een vorm van emancipatie binnen de R.K. zuil kunnen noemen. Mede een gevolg van het gegeven dat de zusters volgens hun Regel aan de jongens geen les mochten geven. Het onderwijs was, zoals gezegd, streng gescheiden. Dit kwam ook tot uiting in het bestuur van de katholieke scholen in Borne. Het bestuur van de jongensscholen viel onder van de kerk. Dat van de meisjesscholen onder de Congregatie van de Zusters van Liefde.

Afb. 04:“Ora et Labora” Zusters van Liefde: Onderwijs en Zorg 1894-1999 Gedenkteken voor het voormalige Johannesklooster aan de Stationsstraat

De Johannesschool en MULO waren toen aangebouwd aan het klooster aan de Stationsstraat met totaal 10 lokalen. De MULO groeide uit haar jas en kreeg bovendien een eigen naam ‘Maris Stella’ (Sterre der Zee).

Later in 1965 werden ook jongens toegelaten. Dat ging niet zonder slag of stoot. Bij een poging, ca. 8 jaar eerder, was er nog geen sprake van. Dat was tegen de Regel van de Congregatie Zusters van Liefde, opgesteld door de Bisschop van Den Bosch. De jongens moesten naar Hengelo voor hun Ulo-diploma. Maar in 1965 mochten de zusters ook aan jongens lesgeven. Schuivende panelen van de tijd.

Ideaal was de aangebouwde huisvesting aan het klooster niet. Er werd 10 jaar lang een strijd gestreden voor een eigen schoolgebouw. Na 10 jaar was het zover en kwam er een eigen gebouw: “De Maris Stella MULO” aan de Woolderweg. In 1967 werd de MULO door de Mammoetwet(13) MAVO. Vanaf die tijd was gemengd onderwijs vanzelfsprekend. En de tijd dat Josephine alleen meisjes les mocht geven lag toen al lang achter haar.
In 2020 is de Maris Stella MAVO gesloopt. Er is nu een park met de naam Maris Stella dat de geschiedenis levend houdt.

Josephine gaf 2 jaar les bij het lager onderwijs maar ontwikkelde zich verder. Ze haalde een akte Engels en Handelskennis. Met de bevoegdheid Handelskennis konden de leerlingen een opleiding gegeven worden om examen te doen, die hen vrijstelling gaf voor het Middenstandsdiploma.
Vanaf die tijd gaf Josephine een keur van lessen in Engels, Handelskennis, Geschiedenis. Ook kwamen lessen Levensbeschouwing en Muziek op haar pad.

In die tijd vertoonden zich eerste tekenen van de secularisatie in de kerken. Godsdienstonderwijs wordt veralgemeniseerd tot les in Levensbeschouwing. Wie dat wilde geven? Dat werd dus zuster Josephine. Formeel had ze er wel een bevoegdheid voor, maar bijscholing was wel van groot belang. Het was ongetwijfeld een kolfje naar de hand van de breed georiënteerde Josephine.
Ook ontwikkelde Josephine haar muzikale talent. Dat leidde tot het dirigentschap van het jongerenkoor Inpajoko (Interparochiaal jongeren koor).
De mogelijkheid van eigen inbreng in de liturgie bij kerkdiensten door leken en jongeren werd door jonge mensen met enthousiasme aangegrepen. Dit werd echter niet gewaardeerd door de behoudende pastoor Bosch van de Stephanus parochie met zijn liefde voor de traditionele liturgie. Het leidde tot enige spanningen in de Bornse katholieke gemeenschap.

De Theresia parochie was moderner. De nieuwe en jonge bewoners van Borne in de jaren ’60 , die in de wijk ‘Het Wensink‘ waren gehuisvest, stonden vernieuwing voor. Dat sloot aan bij het beleid van Paus Johannes XXIII. Deze Paus riep in maart 1959 een concilie bijeen die tot een aantal, ook liturgische, veranderingen leidden. En, zoals dichter Herman Gorter (1864–1927) al in zijn beroemde gedicht ‘Mei’ verwoordde: “Een nieuwe lente en een nieuw geluid” schreef, bleek dit nieuwe geluid bleek ook aan te slaan bij de nieuwe generatie kerkgangers van de Theresiakerk. In de Theresiaparochie experimenteerde met nieuwe liturgievormen, en met nieuwe kerkmuziek.
Met haar levensbeschouwing en als dirigent van Inpajoko voelde Josephine zich ook goed thuis in de Theresia parochie van pastoor Derksen en pastor (formeel kapelaan) Zandbeld. Zij was ook voorstander om, bij kerkdiensten, gebruik te maken van een muziekbandje, bestaande uit een dwarsfluit, klarinet en gitaren, bugel en drum. Bij Pastoor Bosch stond het traditionele orgel hoog in het vaandel om de kerkdiensten te begeleiden. Gezamenlijke vredesdiensten met protestanten in de landelijke vredesweek vonden ook altijd in de Theresiakerk plaats. Incidenteel was Inpajoko zelfs te gast in de Hervormde kerk(14).
Josephine had, als parochiaan, wonend in het St. Johannesklooster in het centrum, van tijd tot tijd te maken met pastoor Bosch. Het Johannesklooster aan de Stationsstraat grensde namelijk aan de Stephanuskerk.
Jammer, dat er verschil in visie van “kerk zijn” was bij Pastoor Bosch en Josephine.

Afb. 05: Zuster Josephine als dirigente van Impajoko koor

Vervroegde pensionering

In 1989 ging Josephine in de VUT, een voortraject voor het pensioen. Zo kregen jonge mensen meer kans op een baan in de crisistijd van toen.
Maar haar onderwijs-carrière duurde toch nog 3 jaar langer. De tijd werd gebruikt voor huiswerkbegeleiding om zwakke leerlingen een steuntje in de rug te geven
Ze heeft dan 35 jaar lang een hele generatie Bornse meisjes en jongens van Rooms-katholieke huize opgeleid.
Het gehele verhaal wat de Zusters van Schijndel betekend hebben voor het onderwijs aan meisjes in Borne is weergegeven in het boekje ,dat in 2004 bij het Deinse Instituut verscheen, ‘Zusters over het Voetlicht’ van Riet Mariën-Groeniger.

Josephine zet haar vrijwilligerswerk, deels al begonnen voor haar pensioen, voort. Ze neemt deel aan de Vredeswerkgroep van de Raad van Kerken. Ook is ze lid van de MOV (staat voor: Missie, Ontwikkelingssamenwerking en Vrede). En ze is secretaris van de CBM (Contactgroep Bornse Missionarissen) een groep Bornse katholieken die ca. 30 hoofdzakelijk Bornse missionarissen in het buitenland steunt met schriftelijke contact en kleine projecten. Zo bracht ze ‘Ora et Labora’ (Bid en Werk), de wapenspreuk van haar congregatie, in de praktijk. De congregatie ondersteunde haar werk met raad en daad.
Ook is ze jarenlang lid van een pastoraatgroep en van een groep die het huisbezoek van de priesters verving en maandelijkse bijeenkomsten hield. Met diverse gezinnen discussieerde men over religieuze en maatschappelijke thema’s.
Jarenlang bezocht ze de basisgroep(15). Een groep mensen, van gemengde kerkelijke afkomst, die maandelijkse discussieert over wat zich voordoet in de samenleving. Daarnaast wordt ze vrijwilligster bij de Wereldwinkel van Borne.
Die winkel ontstond uit een samenwerking van de CBM en de STOS(16), een stichting die gemeentelijk ontwikkelingssamenwerking propageerde. CBM verliest haar functie begin eenentwintigste eeuw, omdat vele missionarissen terugkeren naar hun thuisland vanwege de leeftijd of stierven.
Het gevolg is, dat de CBM zich in 2007 opheft. De STOS werd al voor 2000 opgeheven.

Uitgeprocedeerde vluchtelingen

Even daarvoor, rond het jaar 2002, kwam er via Jan Omtzigt(17), de voorzitter van het parochiebestuur, de vraag bij de MOV : “Wat doen wij als Christen als we op straat te maken krijgen met een uitgeprocedeerde dolende asielzoeker?” Geef je die hulp? Jan Bovenmars(18) was voorzitter van de MOV groep. Omtzigt en Bovenmars zien het probleem, maar zien ook dat dit de werkkracht van de bestaande organisaties te boven zal gaan. Dan zegt Gustaaf Boerjan, lid van de MOV en aanwezig bij dit gesprek, dat hij die uitdaging wel wil aannemen. Zuster Josephine valt hem bij en zo gaan ze samen de aan de slag.

Het beantwoorden van bovenstaande vraag is de oorsprong geworden van de oprichting van de stichting “Noodopvang Dakloze Asielzoekers” (NDA). Een organisatie, die steeds meer nodig bleek door de groeiende stroom asielzoekers en berichten over uitgeprocedeerde.
Josephine wordt secretaris en is, met haar 93 jaar, dat nog steeds. Ze is een van de drijvende kracht achter de organisatie.
NDA zorgt, zoals de naam al zegt, voor uitgeprocedeerde asielzoekers die niet terug kunnen naar hun land van herkomst en in Nederland tussen wal en schip vallen.
De hulp wordt geboden in samenwerking met de Raad van Kerken in Borne en de gemeente die voor bad, brood en bed moet zorgen.

In de jaren ’90 van de vorige eeuw werd Nederland al geconfronteerd met een grote stroom vluchtelingen/ asielzoekers door de gevechten op de Balkan(19). Deze werden deels in Borne gehuisvest in ‘Maria Mediatrix’. Een leegstaande kostschool in Azelo. Tot de sluiting werd die geleid door de Fraters Maristen. Vanaf die jaren ’90 werd het asielprobleem steeds urgenter en met name ook het probleem van het aantal uitgeprocedeerde asielzoekers. Momenteel zijn er Oekraïense vluchtelingen in gehuisvest.

Anno 2024 wonen er nog 6 van deze uitgeprocedeerde vluchtelingen in een pand in Borne. Het zijn er meer dan 30 geweest.
Het grootste probleem voor de NDA is huisvesting te vinden, aldus Josephine. De huidige mensen komen uit verschillende landen en wonen samen in één pand. Enkele hebben enige werkervaring opgedaan bij de Kringloopwinkel Borne. Dat is van groot belang i.v.m. het zich verstaanbaar maken in het Nederlands. Enkelen gaan naar taalles in het Kulturhus.
De stichting NDA heeft inmiddels bijna 100 mensen aan een redelijk bestaan in Nederland kunnen helpen met een beroep. Een aantal zijn uiteindelijk als asielzoeker geaccepteerd.
Vaak kunnen asielzoekers, die hun land verlaten hebben, hun paspoort of andere documenten in de haast niet meenemen. Soms komt het voor dat mensensmokkelaars, waar noodgedwongen gebruik van moet worden gemaakt, hun paspoort innemen. Incidenteel vernietigen vluchtelingen zelf hun papieren om terugzending te bemoeilijken.
De landen van herkomst accepteren lang niet altijd oud-landgenoten, die hun herkomst niet kunnen bewijzen, als zij terug willen gaan. Deze mensen vallen duidelijk tussen wal en schip.

De NDA wordt financieel gesteund door de Bornse kerken en particulieren. Ook de organisatie ‘De Haringparty’, die het jaarlijkse ‘Haringvaatje’, bij opbod verkoopt doneert aan de NDA. In 2023 doneerden de barvrijwilligers bij de Melbuulndagen, die samen en gezellige avond houden, een flink bedrag voor de NDA. De Lions-club Borne en de Rotary helpen eveneens financieel mee. De NDA wordt jaarlijks bedacht bij de zgn. ’Goede Doelen Aktie’ van de kringloopwinkel en de maandelijkse collecte opbrengst van de Zwanenhof-vieringen(20)gaat in zijn geheel naar NDA. Zo is een groot deel van de Bornse bevolking bij het NDA betrokken. Zeker een verdienste van zuster Josephine.

NDA opereert onder de paraplu van vluchtelingenwerk Nederland. Ook steunt ze op de landelijke stichting LOS (Landelijk Ongedocumenteerden Steunpunt). Hierin werken tal van landelijke en plaatselijke organisaties samen. In Overijssel zijn nog drie andere plaatselijke organisaties lid, te weten in in Zwolle, Almelo en Deventer, die ongedocumenteerden helpen.

Afb. 06: Te midden van een aantal trouwe oud-leerlingen V.l.n.r. Wilma Harink, Francis Timmerhuis, zuster Josephine, Ceciel Kenkhuis, Wilma Grooten en Toos Blom

Josephine moest tussen haar 10de en 15de jaar drie keer vluchten voor oorlog en natuurgeweld, veroorzaakt door oorlog. Waarschijnlijk heeft geen mens in Borne dat meegemaakt. Geen wonder dat ze zich zo inzet voor asielzoekers. Ze kent de angst en onzekere toekomst uit eigen ervaring. Zo is de cirkel rond. Josephine werd, met het gezin waar ze kind was, als vluchtelinge geholpen.
Nu helpt zij de soms radeloze asielzoekers.

Het einde van een tijdperk

In deze moderne tijd zijn de Zusters van Schijndel, net als andere congregaties, aan het verdwijnen. Van de 1050 zusters van de congregatie, toen Josephine begon, zijn er nog 58 in leven (bij het interviews in nov. ‘23 en jan. ‘24). De gemiddelde leeftijd was op 1 januari 2023 88,1 jaar. Feitelijk werd het werk in het verleden onderbetaald. Door de ‘gelofte van armoede’ werd afgezien van salaris en ging het verdiende loon ging naar de congregatie, de zusters kregen leefgeld.
Veel van het gemeenschapsleven erodeert onder de gangbare individualisering. Dit komt in meerdere vormen tot uiting. Maar Josephine gaat door. Ze heeft in haar leven de maatschappij sterk zien veranderen, niet in elk opzicht ten goede. Voor haar en schrijver dezes geldt de titel van de beroemde roman van Louis Couperus,: ‘Van oude mensen , de dingen die voorbij gaan’. (Het Couperusmuseum wordt eind ’24 opgeheven en is dus ook ‘voorbij gegaan’).
Josephine heeft geen spijt van haar keuze voor het religieuze leven dat ze geleid heeft en nog leidt. Nog steeds krijgt ze bezoek van oud-leerlingen. Daarmee uiten ze hun dankbaarheid.

Noten

  1. Atlantikwall was een 5000 km lange verdedigingslinie van Noord Noorwegen tot Zuid Frankrijk om invasie van geallieerden te voorkomen.
  2. Nu basisonderwijs genoemd.
  3. MULO staat voor Meer Uitgebreid Lager Onderwijs, ongeveer vergelijkbaar met de MAVO nu. De wettelijke term werd in 1920 ULO ( zonder ‘meer’). In het spraakgebruik bleef het bij de bevolking vaak MULO zeggen zoals het voor 1920 heette. Josephine spreekt consequent over MULO.
  4. De NSB. Dit was een Nederlandse politieke partij die heulde met de Duitse bezettingsmacht.
  5. De kweekschool heet nu Pedagogische Academie.
  6. De kweekschool ‘Edith Stein’ werd pas in 1956 opgericht samen met de Volkshogeschool in Borne in de voormalige villa van Spanjaard en de R.K. HTS in Hengelo.
  7. In die tijd was dat 21 jaar.
  8. Dat heet nu basisschool.
  9. Deze was noodzakelijk om ooit hoofd(directeur) van een lager (nu basis) school te kunnen worden.
  10. Onderwijs voor 4 en 5 jarigen, hoofdzakelijk in spelvorm. Dit onderwijs is thans geïntegreerd in het basisonderwijs. Niet iedereen volgde dit vroeger. De leerplicht begon pas op het 6de levensjaar.
  11. Speciaal voor meisjes. Die werden geacht later het huishouden te doen. De aandacht lag op koken, wassen, babyverzorging etc. Dit onderwijs bestaat niet meer. Vrouwen moesten ook naar een ‘normale’ baan.
  12. De Mammoetwet is de Wet op het voortgezet onderwijs die grote veranderingen in Nederland met zich meebracht.
  13. De Hervormde kerk is nu opgegaan inde Protestantse Kerk Borne (PKB)
  14. Deze groep bestaat nog steeds maar is vergrijsd. Ze ontstond in de jaren ’70 van de vorige eeuw maar is niet aangesloten bij de toen ontstane ‘Basisbeweging Nederland’. Deze bestaat nog steeds uit 15 kleinschalige geloofsgemeenschappen met diensten en een eigen liturgie. De website NieuwWij is onderdeel van deze beweging.(zie Wikipedia). De basisgroep Borne is er niet bij aangesloten maar er wel uit voortgekomen.
  15. STOS staat voor Stichting Ontwikkelingssamenwerking Borne. Zie hiervoor ‘Boorn & Boerschop’ uit 2022 onder ‘Veertig jaar Wereldwinkel’.
  16. De vader van Pieter Omtzigt die grondlegger is van de partij Nieuw Sociaal Contract (NSC)
  17. Ook de eerste voorzitter van de Wereldwinkel Borne
  18. Enige tijd na het overlijden van Tito, de leider van de federatie Joegoslavië, een conglomeraat uit diverse andere landen ontstaan na WOII, valt de federatie uit elkaar in Servië, Slovenië, Kroatië, Bosnië-Herzegovina, Montenegro, Kosovo en Noord-Macedonië. Het uiteenvallen ging met veel strijd gepaard.
  19. Zwanenhof-vieringen. Deze vieringen in het voormalige klooster van de Redemptoristen ontstonden na het omstreden Pausbezoek in 1985 . Dit bezoek van Paus Johannes Paulus II was bij katholieken in Nederland omstreden. Deels omdat de vernieuwing onder Paus Johannes XXIII werden teruggedraaid.

(–> naar PDF-versie van deze publicatie)

(–> naar Inhoudsopgave 2024-01)

(–> naar Boorn & Boerschop pagina)