Auteurs: Robert Ensink / Hans Nijhof

Het is begin 1968 als een groepje jongeren begint te volleyballen in een leegstaande loods in het centrum van Borne, in de tochtige kou, op een stuivende betonnen vloer. De buitenmuren zijn de zijlijnen en verder is er niets! Niets? Oh ja, ze hebben wel een volleybalnet en een bal!
Het volleybalgroepje kwam voort uit een initiatief van leden van de Jongerenraad Borne. Een terugblik op de periode die vooraf ging aan het officieel worden van volleybalvereniging Apollo 8 op 6 januari 1969 en hoe het allemaal begonnen is op oale groond. Maar…. wáár stond die loods?
Meer ruimte voor Bornse jongeren
In het centrum van Borne stond de grutterij, de meelfabriek van Erven ten Cate. Het was de fabriek waaraan de inwoners van Borne de bijnaam Melbuuln te danken hebben.
De gebouwen stonden tussen de Harmonie (van Kamman, nu ijssalon) aan de Grotestraat en de Oude Kerkstraat met de Oude Kerk als baken. We kennen het tussenliggende straatje, dat bekend stond als Gruttersgängke, nu als de Potkampstraat. De fabriek stopte in 1967 en vanaf dan stonden de panden te verpieteren en had de gemeente Borne in 1968 aanvankelijk het plan alles te slopen.

Er werd teruggekomen op het sloopplan en besloten werd de leegstaande fabrieksgebouwen in plaats van met de grond gelijk te maken, beschikbaar te stellen voor vrijetijdsbesteding van jongeren. Het was blijkbaar een gemeentelijke beslissing, want volgens burgemeester Bevers in een latere toespraak, bood de Centrale Overheid te weinig mogelijkheden om voor jeugd voorzieningen te treffen.
In de roerige 60-er jaren claimden en kregen jongeren letterlijk en figuurlijk meer ruimte en begon dus ook in Borne door ingebruikname van deze panden het jeugdwerk meer vorm te krijgen.
De locatie
Vanaf begin 1968 waren er nu dus meerdere panden aan de Potkampstraat beschikbaar en onder andere het grootste pand met de aangebouwde loods kwam vrij voor de jeugd. De Erven ten Cate verwerkte uiteenlopende producten. In de loods, die in dit verhaal de hoofdrol speelt, bevond zich de rijstpellerij. Op de verdieping van het aanpalende gebouw, waar zich de ingang bevond, oefenden jonge muzikanten van de destijds bekende Bornse bands The First Manc en High Fashion. De ruime open loods zou gebruikt worden om bijvoorbeeld te gaan sporten.
Iets verderop aan de Potkampstraat, schuin tegenover gelegen, stond de voormalige paardenstalling, kortweg ‘de stal’. Het pand stond met de zijkant pal aan de Oude Kerkstraat. De oude stalling, later ook garage, was eveneens beschikbaar voor de jongeren. In het bijzonder één groepje jongelui wist zich al snel te nestelen op die locatie. Zij hadden zich verenigd in de Jongerenraad Borne.
De Jongerenraad Borne
Hans Gloerich, destijds de voorzitter van de Jongerenraad Borne, weet te vertellen: “Het ontstaan van de Jongerenraad Borne heeft alles te maken met de periode van toen. Jeugd zocht actieve deelname aan de maatschappij en zo ontstond in Borne een Interparochieel Jongerenberaad onder voorzitterschap van een aalmoezenier.
Voor ons was dit nog te beperkend en wij wilden juist in een breder verband actief deelnemen aan de maatschappij. Dus niet onder de vlag van een kerk of wat dan ook. Het was in die tijd nog zo dat o.a. geloofsgemeenschappen zoals de protestanten en katholieken, náást elkaar en niet mét elkaar leefden. Zo waren ook de rangen en standen nog onderdeel van de maatschappij. Deze verzuiling wilden we dus doorbreken met diversiteit in de groep. Zo organiseerden we activiteiten, maar dan voor iedereen. Een stille wens was toch ook het verkrijgen van een eigen home-jeugdhonk.”
In 1969 werd de zolder van de oude stalling officieel in gebruik genomen als jongerensociëteit en kreeg de toepasselijke naam ‘t Grutje.
Veel destijds jeugdige Bornenaren zullen zich de trap naar boven nog herinneren. De gemeente Borne verleende vergunning krachtens de drank– en horecawet. Richtlijnen met betrekking tot brandveiligheid waren er nauwelijks.

De volleybalvriendengroep
Van de Jongerenraad Borne namen meteen al een paar leden het initiatief om, zoals ze het zelf noemden, ‘aan de overkant’ te gaan sporten.
Naast dat er in de voormalige rijstpellerij badminton, handbal en andere sporten werden bedreven, was er ook een groepje aan het volleyballen. Al snel bestond het volleybalgroepje behalve vrienden ook uit gezinsleden, neven-nichten, buren, enzovoort. Een min of meer volleybal-vriendenclub dus.
Omdat de loods al snel volop werd benut door meerdere groepen en verenigingen besloot het gemeentebestuur het gebruik ervan te gaan stroomlijnen.
De tijden werden ingedeeld voor de diverse gebruikers en in maart 1968 werd de loods officieel als noodsporthal in gebruik genomen.
De Volleybalvereniging Zonder Naam
De uit de jongerenraad voortgekomen volleybal-vriendengroep noemde zich vanaf 1 maart 1968 de ‘Volleybalvereniging Zonder Naam’. Met de officiële opening van de noodsporthal op 9 maart 1968 was dan de doorstart van het volleybalgroepje, onder deze (voorlopige) naam een feit. Ingaande 11 maart 1968 kreeg de ‘Volleybalvereniging Zonder Naam’ een vaste tijd toebedeeld in de loods, die met enige fantasie ‘sporthal’ kon worden genoemd.
De noodsporthal
Het gebouw met rode dakpannen en zwarte zijwanden, heette nu dan wel sporthal, maar het was nog steeds niets meer dan dezelfde loods met binnen een enorme betonnen bak met zijwanden en een dak. Weliswaar waren er nu wel twee kleedkamers en toiletten, maar geen douches. De randen van de betonnen bak, circa 1 meter hoog, vormden de zijlijnen.
Pas in augustus 1968 kreeg de vloer een groene verflaag, want het cement stoof nogal. Het was met de coating ook prettiger spelen volgens een krantenartikel. Toch was het nog niet helemaal gedaan met het stuiven zoals in een anekdote door de eerste volleyballers wordt vermeld: ‘Als de bal het plafond raakte kwam er regelmatig nog een wolk meelstof naar beneden dwarrelen’.
Gebruik en beheer
Net voor de winter van 1968 kreeg de hal ook verwarming en dat was een hele stap voorwaarts. De elektriciteitsvoorziening had af en toe nog wel nukken, want de sporters konden zomaar in het donker staan als de muzikanten te veel los gingen op de zolder. Met recht een noodsporthal!
Het beheer van de ‘hal’ werd een taak voor Herman Ellenbroek. Herman, ook wel ‘Kleintje’ Ellenbroek genoemd, was in Borne bekend als mederedacteur van het Bornse weekblad De Wegwijzer en versloeg daarin het Bornse politieke nieuws. Zijn kennis daarvan was aanzienlijk, mede omdat hij zelf ambtenaar sociale zaken was met ook jeugdzaken in zijn portefeuille. In de toespraak die burgemeester Bevers hield bij de opening van de hal, werd hij met name bedankt voor het feit dat onder zijn leiding de hal in een snel tempo gereed was gekomen. Ellenbroek woonde destijds aan de Grotestraat 152,

op enkele meters lopen van de hal. Aan een muur aan de achterzijde van zijn woning bevond zich een houten kastje. Als gebruikers van de sporthal op de voor hen geplande tijd naar binnen wilden, konden ze zonder ’meneer’ Ellenbroek te storen de sleutel uit het kastje halen. Overigens bevond zich aan de zijde van de hal naast de woning van Ellenbroek een luik. Door enkelen, die er van wisten, werd van deze ‘nooduitgang’ ook wel eens gebruik gemaakt.
Dat de jongens van een van de bands die op de zolder repeteerden zelf clandestien een eigen sleutel hadden geregeld, mocht natuurlijk niet bekend zijn. De reden was dat de gedreven muzikanten regelmatig ’s nachts na een optreden nog hun apparatuur moesten terugbrengen naar de zolder en als er dan wel eens vergeten was de sleutel terug te brengen, kon Ellenbroek ‘redelijk’ boos worden.


Hoe ging het verder?
De sporters van Volleybalvereniging Zonder Naam volleybalden tijdens de aangewezen uren en speelden met enige regelmaat ook wedstrijdjes tegen andere volleyballers, zoals ‘Smurf’, ook uit Borne. Van het deelnemen aan de reguliere competitie van de Nederlandse Volleybal Bond (NeVoBo) was nog geen sprake.
De groep sporters was in feite nog de volleybalvriendengroep als voorheen, maar dan min of meer in de vorm van een vereniging.
De leeftijdsgroep van de Volleybalvereniging Zonder Naam varieerde van 16 jaar tot rond de 23 jaar. De groep volleyballers had zeker samen overleg, maar zoals Jan ten Tusscher vertelde, was er bij de vereniging nog geen officiële clubstructuur en geen notulering. Jan ten Tusscher van de ‘patatfabriek’ aan de Oude Almeloseweg’, toen 20 jaar oud, beschikte over veel relevante informatie en bij enkele zaken wist hij in overleg met Jan Spekreijse meer helderheid te geven, wat mede heeft bijgedragen aan de totstandkoming van dit verhaal. Er waren destijds meerdere ten Tusscher’s bij de groep.
Jan Spekreijse, van de kleermaker aan de Stationsstraat, was voorzitter van de Volleybalvereniging Zonder Naam. Er waren ook meerdere Spekreijse’s actief voor de vereniging.
We gaan competitie spelen
De Volleybalvereniging Zonder Naam was, zoals het anno 2024 genoemd zou kunnen worden, een lerende organisatie. Ook al waren er dus geen bestuursvergaderingen, er was wél gezamenlijk overleg tijdens meerdere bijeenkomsten in Hotel De Keizerskroon (nu Modehuis Leurink) en Hotel De Ster van Bertus Baartman (nu atelier en lunchcafé De Ster).
De naamloze vereniging ontwikkelde zich stap voor stap en de ambitie om mee te gaan spelen in de officiële volleybalcompetitie kreeg meer gestalte.
Om deze competitie in te gaan was aansluiting bij de volleybalbond, de NeVoBo, noodzakelijk en de volgende stap. Het was schijnbaar meteen het uitgelezen moment om een definitieve clubnaam te kiezen en met de nieuwe clubnaam in de NeVoBo-competitie van start te gaan. De ‘zeer creatief’ gevonden naam ‘Volleybalvereniging Zonder Naam’ was immers voorlopig gekozen.
Zo bewoog en ontwikkelde de club zich met de gebeurtenissen en tijd mee richting de organisatie, zoals we deze nu kennen.
Leden gezocht
Met voorgaande als uitgangspunt werd er eind 1968 een persbericht geplaatst in de Bornse Courant. Er is duidelijk uit het bericht op te maken dat de vereniging zich klaarmaakte om uit de startblokken te komen. Het persbericht komen we tegen in de ‘oer-notulen’ van Apollo 8.
We lezen dat de Volleybalvereniging Zonder Naam nieuwe leden zoekt en vraagt zich te melden en ook om een goede naam voor de naamlozen uit het brein te persen. Het persbericht sluit af met het noemen van de contactpersonen, Jan ten Tusscher en Jan Spekreijse.
Bij de zoektocht naar meer leden lag de nadruk op het vinden van vooral mannelijke leden om zo ook een competitie-herenteam te formeren, want er waren blijkbaar op dat moment genoeg meisjes en dames. Je mocht je, als je 16 jaar of ouder was, aanmelden. De voorbereidingen richting spelen in de bondscompetitie kregen vorm.
Apollo 8 zal het zijn
Uit een persbericht van 19 december 1968 blijkt dat er zich nieuwe leden hadden aangemeld en meteen na Kerst 1968 stond een bijeenkomst te wachten.
Deze vergadering waarbij de naam Apollo 8 is gekozen, was op 6 januari 1969.
Over deze bewuste avond en de naamkeuze vertelt Jan ten Tusscher: “Ik heb Apollo 8 ingebracht want de rondjes om de maan van ruimtecapsule Apollo 8 was een enorm wereldgebeuren dat werd gevolgd door de hele wereld, een gigantisch markeringspunt voor die tijd. Ik had ook nog eventueel, net zoals F.C. Twente ‘65, Apollo ‘68 als alternatief. We hebben Apollo 8 gekozen!”
Apollo 8 was de tweede bemande missie in het Apollo-programma van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA en de eerste missie die mensen naar de Maan bracht. De lancering vond plaats op 21 december 1968 en de ruimtereis duurde 6 dagen. De bemanning bestond uit de astronauten Frank Borman, Jim Lovell en Bill Anders.
Tijdens de vlucht werd een dag om de Maan gedraaid en tijdens die ronde werd de iconische “Earthrise”-foto gemaakt.


Aangaande de locatie waar deze vergadering was, naast voorgaande bijeenkomsten, noemde Jan ten Tusscher eerst Hotel De Keizerskroon. Echter, na het horen van de informatie dat het Café De Ster moet zijn geweest, sloeg de twijfel toe.
Het eerste bestuur, 6 januari 1969
De ‘oer-notulen’ van Apollo 8 starten met die van de eerste bestuursvergadering op maandag 6 januari 1969.
We lezen hoe de overdracht van de voorzittershamer ceremonieel verliep en hoe daarna het eerste bestuur van Apollo 8 onder andere de reglementen puntsgewijs vastlegt. Eén van de punten uit de eerste notulen is zoveel later geweldig mooi om eruit te lichten: ‘In de zaal en kleedkamers wordt niet gerookt!’
Dat geldt overigens ook voor de volgende notitie:
‘De spelleider wordt altijd gehoorzaamd.’
Hier de tekst uit een persbericht: ‘Op 6 januari 1969 heeft er een bestuursvergadering van de volleybal vereniging zonder naam plaatsgevonden waarbij een nieuw bestuur in werking is getreden nadat oud-voorzitter Jan Spekreijse zijn voorzittershamer had overgedragen aan de nieuwe voorzitter Rob Jelsma van de vanaf dan te noemen volleybalvereniging Apollo 8.’
De samenstelling van het eerste bestuur is dan als volgt: Rob Jelsma (voorzitter), Diny Baartman (vicevoorzitter), Madelaine van Harten(secretaresse), Eco Gerritsen (genoteerd als penningmeester), Ben Kemperink (wedstrijdcommissaris), Rinus Buijvoets (materiaalcommissaris) en Jan Spekreijse (Public relations).
Rob Jelsma en Madelaine van Harten waren vriend en vriendin. Rob had een scooter als vervoermiddel. In mei 1970 werd iedereen die hem kende hard getroffen door het nieuws dat hij met zijn scooter een ongeluk had gehad in de Azelosestraat en in het ziekenhuis te Hengelo aan zijn verwondingen was overleden. Rob, nog maar 18 jaar oud, bleef in ieders herinnering als een sympathieke en inspirerende leider.
Op 6 maart 1969 wordt Ans Kemperink in de notulen opgevoerd als penningmeester. Dat was zeker niet de enige taak die zij op zich nam, want zij en echtgenoot Ben stelden hun woning beschikbaar als vertrekpunt naar thuiswedstrijden. Die werden toen nog niet in Borne gespeeld, omdat de Bornse noodsporthal daarvoor niet geschikt was en alleen diende als trainingshal. Onder de vlag van de volleybalbond werd ‘thuis’ gespeeld in Sporthal Veldwijk te Hengelo. Bij gebrek aan een ‘sportcafé’ fungeerde de woonkamer van Ben en Ans als een soort kantine, waar de spelers na afloop van de wedstrijd welkom waren voor ragout of soep met Saroma-pudding toe.
Van loods naar sporthal
Toen de gemeente Borne toch de definitieve afbraak van de opstallen van de erven ten Cate aankondigde, moest gezocht worden naar een vervangende accommodatie. Die werd o.a. gevonden in de gymzaal van huishoudschool Sancta Maria. In de daarop volgende jaren werd de nieuwe (echte) sporthal ’t Wooldrik gebouwd en deze werd in december 1972 in gebruik genomen, waarna in maart 1973 de officiële opening plaatsvond. Vanaf dat moment waren meerdere Bornse binnensportverenigingen ‘onder de pannen’ en kon Apollo 8 eindelijk de thuiswedstrijden ook echt thuis spelen en……… na afloop was er voor de nazit ruim plaats in een professioneel geëxploiteerd sportcafé.
Een bloeiende vereniging
Pionierswerk en polderen leiden vaak tot mooie resultaten en dat geldt zeker voor volleybalvereniging Apollo 8. In 2019 vierde de vereniging haar 50 jarig jubileum.
De club is gegroeid naar ruim zeshonderd leden en speelt met rond de veertig teams en meer dan honderd mini-leden in verschillende competities.
Daarmee is Apollo 8 de grootste volleybalvereniging in Twente. Het eerste damesteam komt uit in de eredivisie (op het moment van afronding van dit artikel kwam het nieuws binnen dat het team zich voor de derde keer in de geschiedenis van Apollo 8 heeft geplaatst voor de bekerfinale).
Het (meel)stof is in de loop der jaren voorgoed afgeschud en thuiswedstrijden worden nu gespeeld in de goed geoutilleerde sporthal de Veste in de Bornsche Maten. Niets lijkt nog op de oude loods waar het ooit eens begon maar veel van de sporters zijn nog steeds echte Melbuuln.

(–> naar PDF-versie van deze publicatie)
(–> naar Inhoudsopgave 2024-01)
(–> naar Boorn & Boerschop pagina)