Een verslag van: Gerda Remmers
De lezing van historicus Hilbrink over het verzet in de Tweede Wereldoorlog en de geschiedschrijving over dit thema werd bezocht door circa 80 mensen, een geweldige opkomst. Zij luisterden geboeid.
Zoals bekend heeft Hilbrink heel persoonlijke drijfveren bij dit thema. Zijn vader en grootvader, Coen en Sietse Hilbrink, werden vermoord door de SD bij Huize Lidwina in Zenderen.
Dit drama is bepalend voor Hilbrinks historisch werk. Hij wilde begrijpen waarom zijn vader en grootvader zo ver gingen in het verzet en welke overtuigingen hen dreven. Die persoonlijke achtergrond is bepalend voor zijn focus op de motivatie en levensverhalen van mensen. Hij wil begrijpen, maar niet in dat persoonlijke blijven hangen en kritisch blijven. Juist die spanning – tussen persoonlijke betrokkenheid en wetenschappelijke distantie – is essentieel voor zijn benadering. Hij wil tot feiten komen over de (verzets)geschiedenis en niet blijven steken in zwart-witdenken en probeert recht te doen aan de menselijke werkelijkheid achter het verzet én de repressie. Iets wat in Twente niet altijd op een warm welkom kon rekenen.
In deze lezing geeft Hilbrink een uitgebreid feitenrelaas waarin hij ingaat op de keuzes die de belangrijkste betrokkenen maakten en de achtergronden daarvan: geschiedenis als een zoektocht naar waarom mensen handelen, niet alleen wat er gebeurde. Hilbrink wordt gedreven naar “willen weten”: kennis om onwaarheid en populistische praat te ontkrachten. De geschiedenis van het verzet is geen glad, heroïsch nationaal verhaal, maar een verhaal van chaos en interne spanningen. En van moeilijke keuzes die werden gemaakt, zoals de tragische keuze van zijn eigen vader Coen die op zijn vlucht terugliep om de eveneens vluchtende Mini te helpen die met haar rok in het prikkeldraad was blijven steken. Dit kostte hem zijn leven, 16 dagen na de geboorte van zijn zoon en naamgenoot.
De aanvaring met dagblad Tubantia over de interpretatie van de rol van Ria Hermans illustreert Hilbrinks aanpak goed. In 1995 suggereert een journalist in dagblad Tubantia min of meer dat zij een verraadster was; wat uiteraard nogal gevoelig lag in Twente. Hilbrink weerlegt dit (en had dit ook eerder al geschreven). Feit is weliswaar dat zij na haar arrestatie in september 1944 de Duitsers attendeerde op Huize Lidwina. Hilbrink stelt echter dat zij dit deed onder extreme druk, doodsangst en een gewelddadig verhoor. Zij was niet pro-Duits en had geen verradersmotief, schreef hij in ‘Vogelvrij Verleden’. De context waarin zij verkeerde was doorslaggevend. Haar verraadster noemen is onterecht en niet historisch.
